Home Verslagen van activiteiten Opnieuw leren fotograferen…

Opnieuw leren fotograferen…

Verslag van de fotografieavnd van 14 oktober 2009

De activiteitencommissie heeft op 14 oktober voor de DTW-ers die (ook) onder water fotograferen -of dat willen leren- in samenwerking met ESKO en Sealife een fantastische avond georganiseerd.
Twaalf DTW-ers kwamen er op af, en hebben niet alleen gehoord ‘hoe met moet’ maar konden ook meteen na de theorie met verschillende camera’s in het zwembad het geleerde in de praktijk (proberen te) brengen. Voor al die mensen die er niet bij konden zijn, maar wel willen weten wat er nou zo moeilijk is aan onderwaterfotografie, of waar je op moet letten, hierbij een verslag van de avond.

Na een korte introductie door Jack van Esko nam Harro Cats van Sealife Benelux het woord en hij maakte al snel duidelijk dat we niet de illusie moeten hebben dat we na een avondje instructie weten hoe het moet...
Normaal duurt zijn cursus ‘introductie in de onderwaterfotografie’ namelijk vele avonden, en in totaal zo’n 40 uur. Dat samenvatten in anderhalf uur gaat natuurlijk niet lukken, maar de belangrijkste dingen zal hij proberen te vertellen.

Heb je de juiste camera?

Tegenwoordig kun je eigenlijk kiezen uit drie typen camera’s:

  • de compact-camera, die handzaam is en makkelijk in de bediening
  • de spiegelreflexcamera, die snel, uitgebreid is, en optimale resultaten kan leveren, en uitgebreide belichtingsmogelijkheden biedt.
  • de speciale onderwatercamera meestal een set van huis en camera, waarbij alles op elkaar is afgestemd, en de software is ontwikkeld met het oog op onderwaterfotografie (hier verraad zich de importeur van Sealife camera’s)
De vierde mogelijkheid vergeten we vanaf nu maar: de analoge fotografie. Die is op sterven na dood....

Alle drie deze typen hebben natuurlijk allemaal ook hun nadelen:
  • De compact-camera is moeilijk uit te breiden, je moet er heel veel mee oefenen en je zult zelden een optimaal resultaat halen.
  • De spiegelreflexcamera vormt onderwater al snel een kolossale uitrusting (5-10 kg), waardoor het accent al snel komt te liggen op fotografie: je duikt tijdens het
  • fotograferen, in plaats van dat je fotografeert tijdens het duiken... In aanschaf is zo’n camera duur....
  • De speciale onderwatercamera zit er een beetje tussen in: hij is nog behoorlijk handzaam, je kunt hem uitbreiden met bepaalde lezen en flitsers, maar haalt de mogelijkheden van een spiegelreflexcamera niet.

Wat is er onder water anders dan boven?

Met de juiste camera heb je nog niet automatisch mooie foto’s... Voor welke nieuwe uitdagingen sta je onder water?

  • water absorbeert veel omgevingslicht, het is er dus erg snel donker; dat betekent dat je sluitertijd snel naar beneden moet, het diafragma snel open moet, de iso-waarde van je opname heel snel stijgt, of dat je moet flitsen.
  • Onder water lijkt het onderwerp dichterbij en groter dan het in werkelijkheid is.
  • Kleuren worden snel geabsorbeerd: op 3 meter diepte is alle rood al verdwenen, na 5 meter is er geen oranje meer, na 10 meter is ook het geel verdwenen en na 20 meter is ook het groen foetsie. Dus wanneer je op 1,5 meter diepte een rood visje wilt fotograferen dat op 1,5 meter afstand van je lens zwemt..... staat er een flets visje op de foto! Alle rood is weg, bijna alle oranje is verdwenen, en ook het geel is al veel fletser. Vandaar dat onder water vrijwel alles blauw/groen is! Kleur krijg je dus eigenlijk alleen bij macrofotografie, of met een groothoeklens.
  • Zweefvuil! Zeker in Nederlands water heb je erg snel last van zweefvuil. Dat leidt niet alleen tot vlekjes op de foto, het verstrooit ook het licht, en reflecteert het flitslicht. Ook daarom dus: kruip zo dicht mogelijk op je onderwerp, zodat er zo min mogelijk zweefvuil tussen je lens en het onderwerp zit.
 
Water heeft een contrast-absorberend vermogen, dat betekent dat hoe verder een onderwerp weg is, hoe waziger het wordt. Dat is zelfs zo erg dat je –hoe helder het water ook is- dingen die op meer dan 15 meter van je verwijderd zijn eigenlijk niet meer ziet.

Wat kun je nu doen om toch goede foto’s te krijgen?

Zoals we hiervoor lazen is het onder water dus heel belangrijk dat je dichtbij je onderwerp zit, dat je voldoende licht hebt (flitser) en dat je goede lenzen hebt (betere lenzen zorgen voor een beter contrast!).
En daarbij kun je het een en ander doen om de juiste kleur te krijgen in je foto’s. Je kunt de kleur verbeteren door te zorgen voor een reflecterende omgeving (achtergrond).
Omdat alles onder water al heel snel blauw wordt, is het verstandig wanneer je camera dat kan je witbalans aan te passen. Maar pas op, dat moet je eigenlijk op elke diepte opnieuw doen, en heeft alleen zin wan neer je zonder flitser werkt. In de praktijk is dat dus eigenlijk alleen zinvol wanneer je ondiep zit.
Gebruik een kleurenfilter (warmtoonfilter) in tropisch water. In de Middellandse Zee, waar het water al naar groen neigt, is een paarsfilter beter (ook wel Mediteranean filter genaamd).

En om teveel zweefvuil, lichtverlies en contrastverlies te voorkomen is het verstandig de volgende vuistregel te hanteren:


Dat betekent dus dat wanneer je zichtafstand 3 meter is (niet ongewoon in Nederlands water...) je geen dingen moet willen fotograferen die verder dan zo’n 75 cm van je af zijn! Die foto’s zijn eigenlijk gedoemd te mislukken.
En nog een tip: menigeen wil een tweede flitser gebruiken om te harde schaduwen te voorkomen (invulflits). Dat is wel waar, maar realiseer je dat dan al heel snel de diepte uit je foto verdwijnt... Als je met twee flitsers werkt, zorg dan dat de invulflits van boven of van beneden komt (in plaats van van opzij) daarmee voorkom je dat de foto ‘te plat’ wordt. Daarmee zorg je overigens meteen dat je minder last krijgt van zweefvuil. En zet je invulflits op ongeveer 25% van de lichthoeveelheid van je hoofdflits.

Voordat we het zelf in het zwembad in de praktijk mochten brengen, gaf Harro nog een aantal korte en heldere tips waarmee je je foto’s kunt verbeteren:
  1. begin met foto’s van stillevens.
  2. gebruik een lager standpunt om meer diepte te krijgen. Het beeld wordt veel spannender, en een krabbetje of visje tegen een drukke achtergrond verdwijnt al snel in de drukte van de wieren, algen, sponzen, koralen, etc.
  3. flits eens van onderaf
  4. gebruik het omgevingslicht
  5. zoek patronen: denk daarbij aan zich herhalende vormen in koralen, de kronen van kokerwormen, scholen vissen, etc. etc
  6. zoek ritme; denk daarbij aan zonnestralen, zich herhalende vormen (wederom die scholen vissen) etc,
  7. zorg voor contrast in je foto (licht en donker)
  8. en tenslotte: vermijdt storende elementen (die ene flipper die net uit beeld zwemt, dat ene koraal dat raar door het beeld steekt, die waterplant die eigenlijk net voor de kop van die snoek zeker).

Na al die adviezen en tips in net iets meer dan een uur, was het dan aan onszelf. Harro had een aantal digitale onderwatercamera’s meegenomen, en een aantal van de aanwezigen had zijn eigen camera meegebracht.
Onder water stonden inmiddels legovrachtwagens, koraalvissen, loden beeldjes en kropen er spinnen aan touwtjes omhoog....
Aan bijgevoegde foto’s kun je zelf oordelen of de lessen en tips wat hebben opgeleverd. Veel lol en plezier hebben we zeker gehad!

En zoals Harro bij herhaling heeft gezegd troost ik me maar met de woorden: om onder water goede foto’s te moeten maken, moet je eigenlijk helemaal opnieuw leren fotograferen, en héél veel oefenen, oefenen en oefenen!

Gert Eggink
 
En wanneer je veel oefent, maak je straks in de vrije natuur dit soort foto’s…
(fotograaf: Klaas van Donkersgoed, Egypte 2008)
 

© Duikteam Woerden, 2009 (Ontwerp door Koen Brouwer)