Voor de beginnende duikers, nieuwe leden, familie daarvan en bijbehorend kroost is het vaak wat verwarrend bij de duikstek. Je krijgt dan vragen als "Waar hebben die mannen het toch allemaal over?". Daarom op veler verzoek een heus DuikWoordenBoek!
Afterlunch-kilotje: [aafter-leuns-kiiloo-tjè] Extra kilo die moet worden toegevoegd aan de basisuitrusting na het genieten van een gezonde doch voedzame maaltijd.
Après-dive: [aa-press-dijv] Tijdspanne na een duik waarin warme en of sterke dranken worden genuttigd in combinatie met joule-rijk voedsel en er ongelooflijk slap kan worden geouwehoerd over de duikervaringen.
Automatenkaak: [aau-too-maa-ten-kaak] Ontwrichting van de onderkaak door geforceerde onderbeet op mondstuk, soms met klikkend geluid.
BBD’tje: [bee-bee-dee-tjè] Before Breakfast Dive. Duik voor het ontbijt.
Bikkel: [bik-kel] Duiker die het hele jaar door in een nat-pak duikt.
Biopreen: [bie-ó-préén] Natuurlijk isolatiemateriaal dat onder het droog- of natpak wordt gedragen. Vooral populair bij leden van Buik Team Woerden
Breefing: [brie-ving] Moment van bezinning voor en/of na de duik waarbij zelfs de (normaal al) luidruchtigere duikers hun kop dienen te houden tenzij hun gevraagd wordt hun ervaringen te delen door de Instructeur. Van dit moment kan één ieder leren mits deze ordelijk verloopt.
Butt: [bùt] afkorting van buddy, vaste of gelegenheids mededuiker met wie een paar gevormt wordt t.b.v. het vergroten van de veiligheid.
Dagjesmens(en): [dag-jès-mens] Laatdunkende term voor bootduikers die maar voor één dag een boot huren en daarom alléén op de makkelijk toegangbare plekken duiken. Waardoor het extra druk is op deze duikstekken.
Decodip: [dee-koo-dip] lichte vorm van stikstof-narcose na een lange, diepe of “jo-jo” duik.
Dikbil: [dik-bìl] Aanspreek titel tussen bekenden, ook gebruikt als eretitel/voorvoegsel. (heeft geen bedoelde verwijzingen naar iemands lichaamsbouw.)
Droogpak-mietje: [droog-pak-miee-tje] Koudbloedige duiker die in een Homopak duikt.
Dubbeltje op zijn kant: [dub-bel-tje op zn kant] Het verkeerd optuigen van een dubbelset, flessen op elkaar i.p.v. naast elkaar.
Dubbletje omdraaien: [dub-bel-tje om-draa-ie-en] hierbij wordt verwezen naar brandweer-duikers die hun flessen met de kraan naar beneden op het vest hangen, daar zij deze zelf dicht kunnen draaien.
Duikfabeet: [duik-fá-béét] Persoon met een ontoereikende kennis van het duiken en/of de onderwaterwereld. Hier valt onder: algemene natuurkunde, biologie en routine handelingen.
Duikhaas: [duik-haas] Konijn-achtige vaak gesignaleerd rond de paastijd. -- duikhaas uit den hoed duik die laat gepland wordt en dus deelnemers en organisatoren verrast.
Eigen fles eerst: [gezegde] de Vuller vult de fles van zichzelf (en directe vrienden) altijd met de eerste vulling, zodat in iedergeval zijn fles (en die van zijn buddy) voldoende gevuld zijn. dit is van toepassing zodra een vuller dienst heeft, invalt of overneemt.
Homopak: [hoo-moo-pak] Duikpak waarin je onderwater droog en warm blijft.
I.W.A.B.: [ie-wha-p] Afk. Ik Weet Alles Beter, betweterig persoon.
Knabbeltjes: [knaa-bel-tjes] Kleine hartige snacks, die genuttigd worden na of voor de duik en op duikvakanties.
Light-lood: [lyiet-loot] gewicht besparend lood waarmee rug, schouder en knie klachten voorkomen worden.
de Nance metode: [nhe-n-cè_mee-thoo-de] Als me tijdens de training extra hard zwemt en zo de rest van de zwemmers voorblijft. Om vervolgens de gewonnen tijd te gebruiken om op adem te komen. Dit heet de "Nance Methode" toepassen.
Opfrissertje: [Op-vriz-er-tjè] 1Duiken in koud water of met koud weer. 2Een duik gemaakt met nitrox, voor een mentale boost.
Opkikkertje: [Op-kik-ker-tjè] Een alcoholisch drankje na de duik voor innerlijke opwarming.
Rif-terrorist: [rif-ter-roo-rist] 1(slechtopgeleide) duiker die nergens met z’n tengels van af kan blijven. 2Gonnie.
Snorkelmug: [Sn-oor-kell-mug] vervelend insect dat verwacht kan worden te steken op populaire plaatsen. Tijdens boot/duik reizen op het dek slapen wordt dan ook afgeraden.
Stofwapper: [Stof-wap-per] Duiker die het liefst onder de bodem duikt en zo zijn mede duikers laat stofhappen.
P. vanderPanneduik: [Pee-van-dur-pan-nen-duik] Duik waarbij niemand meegaat omdat het te vroeg1 is.
Plonjéën: [plò-nsjéé-en] korte of fun-dive(duik voor de lol) zonder verdere opleidings- of trainingsdoeleinde. situatie waarin je Patroontassen langer zijn dan je geweer: [gezegde] Probleem.
Vuller: [vul-lèr] 1Lid van de vul-commisie. 2Dienstdoende vul-Commisielid.
Walviskwak: [wal-vis-kwàk] Witte smurrie op de bodem ook wel Didemnum lahillei (druipzakpijp) genoemd.
WC-bril: [wee-cee-brìl] bepaald type trimvest dat om het hoofd wordt gedragen en niet als ophanging van de fles wordt gebruikt. ook wel "horse collar"genoemt wegens de gelijkenis in vorm en draagpositie.
Woensdagavondspits: [woens-dag-aavont-spïts] Grote hoeveelheid perslucht flessen die men2 op woensdagavond gevuld wil hebben zonder daarvoor een vuller geregeld te hebben.
1. vroeg = zo vroeg dat je om ongeveer 5 uur s'ochtens op moet om op tijd op de duikstek te zijn.
2. men = Leden van Duikteam Woerden.
Mist hier een term of begrip?
Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken